Barbados
We hebben voor Barbados op de boot een excursie geboekt. Een eiland tour om de mooiste plekken te kunnen zien. Helaas konden we niet naar de Animal Flower Cave die heel mooi schijnt te zijn. Maar we hebben wel andere mooie dingen gezien. Onze eerste stop was bij het huis – of één van de huizen – van Rihanna. Een gigantisch complex met zwembad, een hele boel kamers, personeel, omheind met een hek en te groot om op één foto te passen. Daarna reden we door naar een suikerriet plantage waar we uitgelegd kregen hoe het daar in zijn werk gaat. De suikerriet is zo stevig dat het meer op een stuk bamboe lijkt. Na het oogsten wordt het sap eruit geperst en gebruikt om rum mee te maken. Veel eilanden in de Caribbean hebben hun eigen rum.
Hierna kwamen we bij het regenwoud van Barbados voor een wandeling van ongeveer een uur. Het stikte hier van de duizendpoten en bloedzuigers en gelukkig was ik thuis al geadviseerd om lange kleding aan te doen tegen deze beesten. Het regenwoud zelf maakt gelukkig een hoop goed. Het is er prachtig begroeid met verschillende bomen, planten en bloemen. Er groeit een veel bamboe wat metershoog kan worden. Het klimaat op Barbados is natuurlijk ideaal om dit regenwoud in stand te houden. Veel zon en warmte, afgewisseld met tropische buien.
De volgende stop was aan één van de bekendere stranden van Barbados, Pirate’s Cove. Een prachtig wit strand met helder blauwe zee. Waar op sommige stukken het zand zelfs roze is. Helaas is dit bijna niet te fotograferen dus als je bewijs wil, boek snel een ticket and see for yourself! Aan de kust kun je weinig zien als je gaat snorkelen dus we zijn met een klein bootje iets verder de zee in gegaan. Er liggen naar verluid zeven scheepswrakken vlak bij de kust en die trekken veel vissen aan vanwege het koraal wat erop groeit. Zelf hebben we twee wrakken gezien en inderdaad honderden vissen. Ze zeggen dat er ook schildpadden zwemmen, maar ik heb het idee dat ze dat vooral doen om toeristen te lokken. Na rondvragen kwamen we erachter dat er al tijden geen schildpadden zijn gezien. Desalniettemin was het de moeite waard om eens lekker te gaan snorkelen.
Al die activiteiten maken natuurlijk hongerig. Aangezien ik nog niet altijd spontaan uit mijn comfort zone stap – zeker als het eten betreft – bestelde ik een portie friet. Na het vele aandringen van de locals heb ik de vegetarische salade met macaroni genomen. Ik herinner me nog dat ik in Curaçao ook een dubieus gerecht heb gegeten wat uiteindelijk heerlijk bleek te zijn. En ook deze keer werd ik niet teleurgesteld. Wat was dát lekker! De macaroni was bereid met een saus, kaas, boter en kruiden. Daarna kwam de sla erbij en werd alles door elkaar gemengd. Vraag me echt niet wat er allemaal in zat, maar ik zou het zo weer eten.
Na deze heerlijke maaltijd zijn we nog even door het havenstadje Bridgetown gelopen. Wederom getypeerd door allerlei gekleurde huisjes in de meest uiteenlopende vormen en maten. Uiteraard zijn we nog over de brug gelopen die het stadje de naam Bridgetown heeft gegeven.